Diagnose van darmkanker

Om de diagnose darmkanker vast te stellen zijn vervolgonderzoeken nodig.

Diagnose van darmkanker
mockup van de brochure over darmkanker
Download de brochure

Om de diagnose darmkanker vast te stellen zijn vervolgonderzoeken nodig. Mochten er aanwijzingen zijn, zal de huisarts je doorverwijzen naar het ziekenhuis. Daar worden de klachten opnieuw besproken. Ook wordt er bijna altijd een kijkonderzoek van de dikke darm (coloscopie) uitgevoerd om de juiste diagnose te kunnen stellen. Als er darmkanker gevonden is, kunnen er verschillende vervolgonderzoeken plaatsvinden. Deze geven meer inzicht in de uitgebreidheid en het stadium van de ziekte. Daarna kan er een keuze gemaakt worden voor de meest optimale behandeling.

Vervolgonderzoeken

Er zijn verschillende onderzoeken die de arts kan uitvoeren om te zien wat er precies aan de hand is. Zo zijn er verschillende kijkenonderzoeken en kan je bloed onderzocht worden. Ook is er aanvullend onderzoek mogelijk om bijvoorbeeld te bepalen of er uitzaaiingen zijn naar andere organen. DNA-onderzoek is soms nodig om de beste behandeling te bepalen, maar ook de risico's voor familieleden te onderzoeken. 

Er zijn verschillende soorten kijkonderzoeken. Bij een kijkenonderzoek gebruikt de arts een flexibele slang met een heel klein lampje en een camera. Deze slang wordt via de anus naar binnen geschoven en ‘kijkt’ binnen in de darm. Tijdens het onderzoek kan de arts poliepen en tumoren opsporen. Een groot voordeel is dat de arts direct ook kleine ingrepen kan uitvoeren. Zo kunnen bijvoorbeeld poliepen tijdens het onderzoek verwijderd worden. Ook kan de arts een hapje weefsel (biopt) nemen van een tumor of een ‘verdachte’ plek in het slijmvlies van de darm. Dezepoliepenen biopten worden vervolgens in het laboratorium onderzocht op onrustige of kwaadaardige cellen. Als er kwaadaardige cellen worden aangetroffen is er sprake van darmkanker. 

Veel mensen zien erg op tegen een kijkonderzoek van de darm. Bespreek je angst van tevoren met de arts. Meestal kan je kiezen voor een roesje (sedatie). Hierdoor word je slaperig en ben je je minder bewust van het onderzoek. 

  • Soorten kijkonderzoek
    Bij de coloscopie kijkt de arts voornamelijk naar de dikke darm. Bij een sigmoïdoscopie bekijkt de arts het laatste deel van de dikke darm, waar het sigmoïd zit. Het sigmoïd is een stuk van de dikke darm. Met een proctoscopie bekijkt de arts de binnenkant van de endeldarm en de anus. De endeldarm is het laatste deel van de dikke darm, het is de opslagplaats voor ontlasting en wordt van de buitenwereld afgesloten door de anus. De anus is de opening waardoor de ontlasting het lichaam verlaat.

Is een inwendig kijkonderzoek niet mogelijk of niet voldoende? Bijvoorbeeld wanneer je conditie niet goed genoeg is voor een kijkonderzoek of omdat de arts niet de hele darm kon bekijken. Dan kan de arts een CT-colografie doen. Dit is een speciaal soort CT-scan van de dikke darm. Met deze scan kan de arts via je buikwand in de dikke darm kijken. Nadeel van dit onderzoek is dat er röntgenstraling gebruikt wordt en dat er voor het nemen van biopten alsnog een coloscopie nodig is. 

Bloedonderzoek naar CEA bij darmkanker 
Je krijgt altijd een bloedonderzoek als je misschien darmkanker hebt. De arts laat een aantal stoffen in het bloed onderzoeken. Bijvoorbeeld de stof hemoglobine, om te checken of je bloedarmoede hebt. Bloedarmoede komt veel voor bij darmkanker. Er wordt ook gekeken of er CEA in je bloed zit. CEA is de afkorting van carcino-embryonaal antigeen. CEA is een tumormarker. Dat betekent dat deze stof in het lichaam voorkomt bij kanker. Gezonde mensen hebben ook CEA in het bloed. Maar als er meer CEA in het bloed zit dan normaal, kan dat door darmkanker of een andere soort kanker komen. Dat hoeft trouwens niet. Ook door roken en andere zaken kan de hoeveelheid CEA hoger worden. 

Als de diagnose darmkanker is gesteld, is het nodig vast te stellen hoe ver de tumor is doorgegroeid in het omringende weefsel. Ook wordt er onderzocht of er uitzaaiingen zijn naar de lymfeklieren, naar de lever of naar andere organen. Er zijn verschillende aanvullende onderzoeken mogelijk: 

  • CT-scan
    Met een CT-scan kan de arts onderzoeken of de darmkanker is uitgezaaid. Darmkanker kan uitzaaien, bijvoorbeeld naar de lymfeklieren, de lever of naar het buikvlies of de longen. Op een CT-scan van de buik zijn eventuele uitzaaiingen in de lever, de lymfeklieren langs de lichaamsslagader (aorta) of op het buikvlies te zien. Als er meer onderzoek naar uitzaaiingen nodig is, kan de arts een echo van de lever of een MRI-scan van de buik laten maken. Darmkanker kan ook uitzaaien naar de longen. Dit onderzoekt de arts met een CT-scan van de borstkas. Zijn er uitzaaiingen in de longen, dan is soms een aanvullende scan nodig, bijvoorbeeld een PET-CT-scan. 
  • Onderzoek van een uitzaaiing (biopsie of punctie) 
    De arts kan ook een biopsie of een punctie nemen van iets wat misschien een uitzaaiing is. Dat is soms nodig als dit op een scan niet goed te zien is. Of om de juiste diagnose te stellen. De arts haalt dan met een naald een stukje weefsel of wat cellen weg. Het weefsel wordt dan onderzocht in het laboratorium. 
  • Echo van de lever bij darmkanker 
    Darmkanker zaait vaak uit naar de lever. Meestal krijg je een CT-scan, om te kijken of er uitzaaiingen in de lever zijn. Als de arts de uitzaaiingen beter wil bekijken, kan hij of zij bijvoorbeeld een echo van de lever maken. 

Soms kiest de arts ervoor om onderzoek te doen naar de ‘mismatch repair eiwitten’. Deze eiwitten heb je in je lichaam, om fouten in je DNA te herstellen. Soms is het nodig om te weten of deze eiwitten bij jou goed werken of niet. De uitslag van het onderzoek is belangrijk om de erfelijkheid te bepalen, maar ook voor je verwachtingen en de keuze voor de behandeling. 

Als de eiwitten bij jou niet goed werken, dan noemen we dit ‘microsatelliet instabiel’ (MSI). Een andere naam hiervoor is deficiënt MMR (dMMR). Als je een tumor hebt vanwege niet goed werkende eiwitten, dan noemen we dit een MSI-tumor. Dat kan het volgende voor je betekenen: 

  • Er is aanvullend onderzoek naar erfelijkheid. Een MSI-tumor kan namelijk een aanwijzing zijn dat er sprake is van erfelijke darmkanker.
  • Je krijgt misschien geen chemotherapie na de operatie. MSI-tumoren zijn mogelijk minder gevoelig voor chemotherapie.
  • Je krijgt misschien immunotherapie. Dit is alleen als de darmkanker uitgezaaid is naar andere organen. Immunotherapie werkt meestal goed bij MSI-tumoren.

Werken de eiwitten bij jou wel goed, dan heeft de tumor ‘proficiënt MMR’ (pMMR) of ‘microsateliet stabiel’ of MSS.

Er zijn twee redenen voor je arts om je DNA te onderzoeken op foute kankercellen. Het onderzoek kan nodig zijn om te bepalen wat een goede behandeling is. Ook kan de arts met DNA-onderzoek kijken of de darmkanker erfelijk is of niet. Dit onderzoek heet ook wel erfelijkheidsonderzoek. 

Voor het DNA-onderzoek kan de arts verschillende weefsel gebruiken: 

  • weefsel dat bij de biopsie weggehaald is tijdens het kijkonderzoek (de coloscopie)
  • weefsel van een uitzaaiing, dat bij een punctie is weggehaald
  • weefsel van de tumor, dat met een operatie is verwijderd 

Soms gebruikt je arts ook bloed voor aanvullend DNA-onderzoek. In het laboratorium wordt het stukje van de tumor of het bloed onderzocht. Er wordt dan gekeken of er fouten in het DNA van de kankercellen zitten. Een fout in het DNA heet een mutatie. 

Sommige DNA-mutaties komen veel voor bij darmkanker. Dat zijn bijvoorbeeld de RAS-mutatie, de BRAF-mutatie en de APC-mutatie. 

  • RAS-mutatie 
    Bij uitgezaaide darmkanker onderzoekt de arts of de tumor een RAS-mutatie heeft. Dan zit er een fout in het RAS-gen. Of de tumor een RAS-mutatie heeft of niet, maakt uit voor de behandeling. Zit bij jou de RAS-mutatie in de kankercellen, dan werkt bepaalde doelgerichte therapie namelijk niet. Het gaat om de medicijnen die EGF-remmers heten. Bij ongeveer de helft van de mensen met darmkanker zit deze fout in de kankercellen. In gezonde cellen zorgt het RAS-gen voor het delen en groeien van de cellen. Zit er een fout in het RAS-gen, dan staat het RAS-eiwit altijd ‘aan’. Daardoor gaan de cellen ongecontroleerd groeien en delen. Zo kunnen de kankercellen blijven groeien.
  • BRAF-mutatie bij darmkanker
    Bij uitgezaaide darmkanker onderzoekt de arts of de tumor een BRAF-mutatie heeft. Dan zit er een fout in het BRAF-gen. Of de tumor een BRAF-mutatie heeft of niet, maakt uit voor de behandeling. Als de tumor deze mutatie heeft, kan je een bepaald soort doelgerichte therapie krijgen. Het gaat om de medicijnen die BRAF-remmers en EGF-remmers heten. Ongeveer 8% van de darmkankertumoren heeft een fout in het BRAF-gen. In gezonde cellen zorgt het BRAF-gen ervoor dat cellen delen en groeien. Zit er een fout in het BRAF-gen, dan gaan de cellen ongecontroleerd delen en groeien. Zo kunnen de kankercellen blijven groeien en ontstaat er een tumor. 

Prognose per stadium

De vooruitzichten, ofwel de prognose, zijn afhankelijk van het stadium van de darmkanker. Met stadium bedoelen we hoe ver de ziekte is. Hoe eerder de ziekte wordt ontdekt, des te gunstiger zijn de vooruitzichten. Daarnaast zijn er nog andere factoren die van invloed zijn. Bijvoorbeeld jouw leeftijd, lichamelijke conditie en hoe je reageert op een behandeling. Ook maakt het uit of er fouten in het DNA van de kankercellen zitten of niet. En of de tumor een micro-instabiele (MSI)-tumor is of niet. Aan de hand van het stadium bepaalt de arts samen met jou welke behandeling mogelijk is. Soms is voor de operatie niet duidelijk of en hoe ver de tumor door de darmwand is gegroeid. Ook is het vaak onduidelijk of er uitzaaiingen zijn naar lymfeklieren in de buurt van de tumor. Na de operatie wordt het stadium van darmkanker pas definitief vastgesteld.

Jouw vooruitzichten kan je het beste met je behandelend arts bespreken. Al is het ook voor een arts onmogelijk om met zekerheid te voorspellen hoe de darmkanker zich bij jou zal ontwikkelen. Het stadium zegt iets over:

  • waar de tumor zit
  • hoe groot de tumor is
  • of de tumor in ander weefsel of organen in de buurt van de tumor is gegroeid
  • of er uitzaaiingen zijn en waar

Met deze informatie kan de arts een behandeling voorstellen. Je hoort dan ook meer over je vooruitzichten. Bij darmkanker zijn er 4 stadia. Weet je het stadium van jouw darmkanker niet? Je kan dit navragen bij je arts. Het staat ook in je patiëntendossier.

Stadia

Vooruitzichten worden vaak gegeven in een vijfjaarsoverleving. Dit is het percentage van de totale groep darmkankerpatiënten dat vijf jaar na de diagnose nog in leven is. Onderstaande percentages zijn de gemiddelde cijfers die zijn gemeten over een grote groep patiënten. Houd daarom altijd in je achterhoofd dat het een gemiddelde is en dat jouw vooruitzichten anders kunnen zijn.

  • Stadium 0
    Er is een verdenking op kanker, de kanker is in ontwikkeling, bijvoorbeeld een poliep met onrustige, maar nog goedaardige cellen. Dit is het voorstadium van darmkanker. Soms bevat een poliep ook enkele kwaadaardige cellen, maar in dit stadium zijn deze nog heel oppervlakkig aanwezig (beperkt tot de binnenste laag van de dikke darm, het slijmvlies).
  • Stadium I
    De tumor beperkt zich tot de darmwand zelf. De vijfjaarsoverlevingskans is 96%.
  • Stadium II
    De tumor is door de darmwand heen gegroeid, maar niet uitgezaaid naar de lymfeklieren. De vijfjaarsoverlevingskans is 88%.
  • Stadium III
    De tumor is uitgezaaid in de lokale lymfeklieren. De vijfjaarsoverlevingskans is 75%.
  • Stadium IV
    De tumor is uitgezaaid naar verder gelegen lymfeklieren of andere organen/weefsels in het lichaam. De vijfjaarsoverleving is met name in deze groep erg afhankelijk van de (operatieve) behandelingsmogelijkheden van de uitzaaiingen.

Dit doet MDL Fonds voor darmkanker

MDL Fonds zet zich in om darmkanker te voorkomen, te bestrijden en de gevolgen ervan voor patiënten te verminderen. Dit doen wij door voorlichting te geven en innovatief onderzoek te financieren. Darmkanker is vaak goed te behandelen als je er op tijd bij bent. Daarom hebben we er mede voor gezorgd dat het bevolkingsonderzoek darmkanker er is gekomen. Wij kunnen ons werk echter alleen doen met de steun van donateurs.

Kies frequentie
Kies bedrag
Darmkanker wordt vaak te laat ontdekt bij jongere mensen. Dat heeft grote gevolgen, vooral als je vol in het leven staat. Met ons onderzoek willen we achterhalen hoe darmkanker op jongere leeftijd ontstaat.
Prof. Dr. Monique van Leerdam

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang maandelijks nieuws en info over een gezonde buik.

Wil je goed voor je buik zorgen?

Meld je aan voor de nieuwsbrief. Dan krijg je veel gezonde tips, lekkere recepten, mooie interviews, evenementen en het laatste nieuws over MDL-ziekten en MDL Fonds.
Je ontvangt maximaal twee nieuwsbrieven per maand en afmelden kan al met één klik. Lees je voortaan mee?
Dit veld is verborgen bij het bekijken van het formulier
Dit veld is verborgen bij het bekijken van het formulier
JJJJ dash MM dash DD

Advies nodig?
De MDL Hulplijn geeft telefonisch advies als je vragen of zorgen hebt over buikklachten of een MDL-ziekte.