Voor het stellen van de diagnose prikkelbare-darmsyndroom (PDS) gebruiken artsen internationale richtlijnen. Dat zijn de Rome criteria. Deze richtlijnen zijn sinds kort aangepast. Het kan zijn dat daardoor nu meer mensen de diagnose krijgen. Ook kijken artsen nu anders naar PDS. Het wordt nu gezien als een aandoening van de darm-hersen-as.
Buikpijn
De grootste verandering in de richtlijnen gaat over buikpijn. De richtlijn is wat minder streng geworden. Eerst zei de richtlijn dat een patiënt minstens 1 dag per week buikpijn moest hebben voor de diagnose. In de nieuwe richtlijn is dat minimaal 3 dagen per maand. Je vindt de nieuwe richtlijnen hier.
Buikongemak
Nieuw is dat niet alleen buikpijn meetelt. Ook buikongemak telt mee. Dat is een onaangenaam gevoel in de buik, bijvoorbeeld een drukkend, opgeblazen of ander onprettig gevoel. Volgens de nieuwe richtlijnen passen ook mensen met dit soort klachten binnen de diagnose PDS.
Darm-hersen-as
PDS werd altijd een “functionele darmaandoening” genoemd. Dat betekent dat er afwijkingen zijn in de functie van de darm, zonder dat daarvoor een lichamelijke verklaring wordt gevonden. Nu denken artsen dat PDS komt doordat er iets misgaat in de darm-hersen-as. Dat is de communicatie tussen de hersenen en de darmen.
De dokter stelt de diagnose
Om te bepalen of je PDS hebt, stelt je huisarts vragen over je klachten en onderzoekt je buik. Soms is ook nog onderzoek van bloed of ontlasting nodig om de diagnose te stellen. Je huisarts verwijst je dan door naar een specialist in het ziekenhuis. Dit is om andere aandoeningen uit te sluiten. Op basis van de Rome- V-criteria wordt de diagnose gesteld. De diagnose PDS wordt alleen gesteld als er geen lichamelijke afwijking wordt gevonden die de klachten goed kan verklaren.
PDS-klachten lijken soms op klachten van andere maag-, darm- of leverziekten, zoals chronische darmontstekingsziekten, coeliakie en darmkanker. Daarom is het goed om naar je huisarts te gaan voor het stellen van een juiste diagnose.