De spijsvertering begint al voordat je begint met eten. Bijvoorbeeld wanneer je iets lekkers ziet, ruikt of er zelfs maar aan denkt. Probeer het zelf: denk maar eens aan een sappige appel. Merk je dat het water al in je mond loopt? Dan is het proces van verteren al gestart. Je hersenen sturen al seintjes naar de organen, zodat het lichaam zich kan voorbereiden.
Hoe ziet de mond eruit?
Je mond speelt een belangrijke rol bij het begin van je spijsvertering. Je gebit en kauwspieren zorgen ervoor dat je eten kleiner wordt gemaakt. Zo helpen je kiezen het eten te pletten. In je mond heb je drie soorten grote speekselklieren en vier speekselpuntjes. Deze speekselpuntjes kun je bij jezelf voelen. Twee zitten aan de binnenkant in het midden van je wang en twee onder je tong.
Wat doet de mond?
De functie van je mond is het kauwen van het eten. Als het eten goed gekauwd is, slik je het door. Het eten wordt dan door je tong naar achteren geschoven. Het eten komt in de keelholte terecht en duwt het strotklepje omlaag. Hierdoor wordt de luchtpijp afgesloten en kan het eten naar beneden glijden, de slokdarm in.
Goed kauwen is belangrijk! Je helpt je lichaam bij het verteren van je eten. Vooral op vezelrijk eten, zoals groenten, fruit en granen moet je goed kauwen. Daarmee maak je het gemakkelijker voor je darmen.
In de mond wordt ook speelsel gemaakt. Het is belangrijk om het eten smeuïg te maken, waardoor het kauwen en slikken makkelijker gaat. Ook houdt het de mond schoon. Per dag maak je zo’n 1 liter speeksel aan! Speeksel bestaat voornamelijk uit veel water, slijm, mucinen en het enzym amylase. Amylase is nodig om grote koolhydraten zoals zetmeel kleiner te maken. Dat begint dus al in je mond! Mucinen zorgen ervoor dat het speeksel slijmerig is en niet als water uit je mond loopt.
Hoe zorg je goed voor je mond?
Poets je tanden twee keer per dag met fluoridepasta. Maak je tanden en kiezen ook schoon tussen de tanden door (flossen, rageren of stokeren).